aan: College van Gedeputeerde Staten van Drenthe
DigiD
betreft: PASSENDE ZIENSWIJZE Bio Energy Coevorden
ons kenmerk: m22024
datum: 24 jan 2026
namens: Stichting Natuurbeschermingswacht
door: gemachtigde & correspondentieadres
ing. Geert Starre Boom7, KvK nummer 04063297
Gerard ter Borchstraat 51, 7944 GM Meppel
www.boom7.nl, info@boom7.nl
0522-260791
Geacht college,
Deze zienswijze ziet op het volgende ontwerpbesluit:
naam: Milieueffectrapport (Mer) ten behoeve van Bio Energy Coevorden B.V.
(BEC) te Coevorden
pb: Provinciaal blad 2025, 21129
kenmerk: prb-2025-21129
kenmerk: zienswijzen Mer BEC
vindplaats: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-21129.html
Vindplaats document inzake stikstofdepositie, 'Stikstofdepositie onderzoek t. b. v. project-mer Bio Energy Coevorden (BEC) Berlijnse weg 1 te Coevorden':
https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/Bijlagen/TerInzageLegging/2025/til-2025-43543/1/bijlage/Bijlage_12_Stikstofdepositie_onderzoek_t.b.v._MER_(2359238-RAP-0022-10)_(geanonimiseerd).pdf
Inhoudelijk
Het mer en het genoemde document inzake stikstofdepositie is onvoldoende om aan de vereisten van een passende beoordeling te voldoen, om meerdere gronden welke hieronder besproken worden.
Beoordeling Duitsland
In het genoemde document inzake stikstofdepositie staat:
"
Omdat BEC nabij de Duitse grens is gelegen wordt ook het Duitse toetsingskader in acht genomen. Volgens dit kader is sprake van een significant effect op de natuur indien de toename in stikstofdepositie groter is dan 7,14 mol/ha/jaar. De nabijgelegen Duitse natuurgebieden worden hier op getoetst."
De stichting stelt dat het Duitse toetsingskader onrechtmatig is.
Het Duitse toetsingskader is in strijd met de Habitatrichtlijn en met de uitleg die het Hof van Justitie van de Europese Unie aan die richtlijn heeft gegeven. Reeds daarom is het kader onverenigbaar met Unierecht, omdat een generieke drempelwaarde per definitie geen rekening kan houden met cumulatieve effecten van stikstofdepositie.
Een tweede, zelfstandige reden is dat aan deze vrijstelling geen passende beoordeling ten grondslag ligt. Daardoor worden kleine bijdragen aan stikstofdepositie structureel en systematisch buiten beschouwing gelaten, zonder dat is onderzocht of deze bijdragen significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Dit is onverenigbaar met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn.
Dit wordt bevestigd in wetenschappelijke literatuur, waarin wordt vastgesteld:
"
De relaties tussen de omvang van de stikstofdepositie en de soortenrijkdom en samen stelling van de habitatwaardige vegetatie, laten niet toe om een ondergrens aan te duiden van bijkomende stikstofdepositie, waaronder ecologische effecten uitgesloten kunnen worden."
Bron bovenstaande citaat:
https://pureportal.inbo.be/nl/publications/advies-over-de-toepassing-van-de-duitse-drempelwaarde-van-03-kg-n/
Uit het arrest
ECLI:EU:C:2023:687 blijkt bovendien, met name uit het dictum, dat Duitsland de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de Habitatrichtlijn niet is nagekomen. Het HofEU stelt onder meer vast dat Duitsland geen gedetailleerde instandhoudingsdoelstellingen heeft vastgesteld.
Bij gebreke van dergelijke instandhoudingsdoelstellingen kan reeds niet worden vastgesteld of een extra stikstofdepositiebijdrage - al dan niet via toepassing van een drempelwaarde - verenigbaar is met de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden.
Dit klemt temeer nu vaststaat dat in Duitsland de kritische depositiewaarden op grote schaal en structureel worden overschreden. Dit volgt onder meer uit de analyse van dr. ir. Raoul Beunen ("Stikstofproblematiek in Duitsland"), waarin wordt gewezen op structurele tekortkomingen in toezicht en handhaving. Beunen verwijst daarbij naar het arrest
ECLI:EU:C:2024:954, waarin het Hof spreekt van een "
algemeen en structureel verzuim" wegens het ontbreken van specifiek toezicht op natuurlijke habitats.
Vindplaats Stikstofproblematiek in Duitsland:
https://www.raoulbeunen.nl/?p=1223.
In onderlinge samenhang bezien leidt het voorgaande tot de conclusie dat het Duitse toetsingskader onrechtmatig is en daarom niet mag worden toegepast bij de beoordeling van stikstofeffecten.
De fakkel
Onder de kop 'Noodfakkels' op p. 23 van het genoemde document inzake stikstofdepositie staat een uiteenzetting over fakkels.
Er staat:
"
Voor de berekeningen is uitgegaan van een jaarlijkse affakkeling van 2% van de totale biogasproductie. Hierbij is gerekend met een LHV van 223 MJ/Nm3 de NOx concentratie in het rookgas is gebaseerd op gegevens van de leverancier en betreft de worst-case inschatting."
Problemen:
- Er is geen motivatie waarom 2% worst-case is. De stichting stelt dat bij het ontbreken van een motivatie uitgegaan moet worden van 100% om te voldoen aan het vereiste van worst-case.
- Het gas dat de fakkel ingaat is niet zuiver, het is een mengsel. Daarmee is geen rekening gehouden. Een ander gasmengsel zal meer emissies tot gevolg hebben. Het mengsel bevat namelijk ook zwavenverbindingen. De verbranding daarvan geeft zwavelverbindingen die ook een verzurend effect hebben, dit moet passend beoordeeld worden.
Rendac uitspraak
Door de Rendac uitspaak
ECLI:NL:RVS:2024:4923, mag alleen intern gesaldeerd worden met toepassing van een additionaliteitstoets in een passende beoordeling. Daarvan is geen sprake.
Digitaal
Ik verzoek u enkel digitaal te corresponderen.
Met vriendelijke groet,
Geert Starre
Bijlagen:
- 2025-04-30-NBW-stat-kvk-machtiging-2x2.pdf