aan:          Rechtbank Noord-Nederland afdeling bestuursrecht
              digitaal met DigiD

betreft:      AANVULLING LEE 24/3171 (beroep Woo inbreukprocedure)

kenmerk:      m19992

datum:        06 dec 2025
van:          Geert Starre
              Gerard ter Borchstraat 51, 7944 GM Meppel
              www.boom7.nl, info@boom7.nl
              0522-260791


Geachte rechtbank,


Bij deze vul ik ze zaak LEE 24/3171 aan door gronden te verdiepen met onderstaande uiteenzetting.
 

Algemeen

In het verweerschrift van 26 aug 2024 staat:
"Ik wijs nogmaals op de doorwerking van de Eurowob-verordening in de Woo, de ontwikkelde jurisprudentie daarover die in het bestreden besluit nader is toegelicht en het uitdrukkelijke bezwaar van de Europese Commissie tegen iedere openbaarmaking."

Die rechtspraak is er (C-514/11 P en C-605/11 P), maar die zaak is niet vergelijkbaar, want ziet op een concreet geval, namelijk niet-nakoming. De zaak ziet niet op de onjuiste implementatie van Unierecht zelf, namelijk onjuiste implementatie van nota bene het verdrag van Aarhus zelf. En bovendien de Habitatrichtlijn, die juist ziet op de werking en gevolgen van emissies (zoals stikstof). Dit geeft heel andere toetsingskaders.

In feite past de lidstaat een absolute weigering toe, door een integrale weigering, niet een weigering op delen van documenten. En een absolute weigering is niet mogelijk bij milieuinformatie en/of milieuinformatie inzake emissies (volgens het verdrag van Aarhus).

Door verwijzing naar de 'Eurowob-verordening' [Verordening 1049/2001] doet verweerder iets wat lijkt op een direct beroep op Unierecht. Dat is een aanknopingspunt om onderstaande naar voren te brengen.
 

Verordening 1049/2001, verdrag Aarhus, verordening Aarhus, partij Aarhus

De Verordening 1367/2006 heeft een toevoeging ten opzichte van het verdrag van Aarhus, namelijk een tekst inzake inbreukprocedures. Het verdrag van Aarhus kent geen bepaling over inbreukprocedures. Het verdrag van Aarhus (dus zonder toevoeging) is wel onderdeel van de rechtsorde van de Unie en bovendien, de Unie is partij in het verdrag. Zie C-442/14, ECLI:EU:C:2016:890:

"Toepasselijke bepalingen (5) Op 25 juni 1998 heeft de Europese Gemeenschap het [Verdrag van Aarhus] ondertekend. Met het oog op de sluiting van dat verdrag door de Europese Gemeenschap dienen de bepalingen ervan in overeenstemming te zijn met het Gemeenschapsrecht."

In feite heeft de Uniewetgever met de Verordening 1367/2006 de werking het verdrag van Aarhus enger gemaakt. Dat is onrechtmatig. Temeer omdat Nederland partij is en de Unie niet een verdrag in werking mag beperken, waar de lidstaat Nederland partij is. Daarbij: het VWEU bevindt zich op gelijk hiërarchisch niveau binnen de rechtsorde als het verdrag van Aarhus.

Aangezien zowel Nederland als de Europese Unie beide partij zijn bij dit Verdrag, betekent dit voor de Europese Unie dat de bepalingen uit het verdrag van Aarhus voorrang hebben boven Unierecht zelf.

Een direct beroep op het verdrag van Aarhus is mogelijk, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBNNE:2025:3150, punt 7 en/of ECLI:NL:RBNNE:2024:2334, punt 7.2.

Een zaak met direct beroep op het oorspronkelijke verdrag van Aarhus dat ziet op milieuinformatie en/of milieuinformatie inzake niet juiste implementatie zelf, is nog niet eerder aan het HvJEU voorgelegd.

Ook ontstaat er een kip of het ei situatie, want het verzoek op openbaarmaking ziet nu juist op informatie inzake het verdrag van Aarhus zelf, namelijk de niet juiste implematatie ervan door de lidstaat.
 

Politiek

"aangezien het in die omstandigheden nog moeilijker zou kunnen blijken om een onderhandelingsproces te starten en een akkoord te bereiken tussen de Commissie en de betrokken lidstaat"

Bron: brief EC 'antwoord op een raadpleging [..]' (brief maakt onderdeel uit van het dossier).

Bovenstaande citaat, gelezen met het NRC artikel (bijlage) "De landbouwdeal van Cees Veerman in 2004: Nederlandse mest in ruil voor Italiaanse melkboetes", laat zien wat de bedoeling is van de geheimhouding en de regels rond geheimhouding inzake inbreukprocedures: politieke koehandel, NRC:

"In de top van het ministerie van Landbouw zinnen ze daarom op een list. Ze denken aan een bekende Brusselse truc: het koppelen van twee dossiers, waarbij in de eerste iets wordt weggegeven om op een ander dossier iets binnen te halen."

De handel komt er op neer dat als er een inbreuk plaatsvindt, het onrechtmatig handelen toegelaten wordt in een uitruil. Over onrechtmatig handelen wordt onderhandeld. Daarbij passen volgens de EU geen pottenkijkers. Juist voor die situaties is er het verdrag van Aarhus.

Dit brengt de eventuele afwegingen bij het direct toepassen van het verdrag van Aarhus in een heel ander voetligt en maakt dat als er relatieve weigeringsgronden toegepast worden er spake moet zijn van een zeer zware motivatie. En die kan niet zijn dat de politiek nog wenst te onderhandelen.

Onderhandelen over niet-naleving is geen "Hoger openbaar belang" als geschreven in C-514/11 P en C-605/11 P. Hoger openbaar belang is:

"teneinde de eerbiediging van het recht van de Unie mogelijk te maken en gerechtelijke procedures te vermijden"

De Commisie praat 'met meel in de mond' omdat het voorkopen van gerechtelijke procedures niet is op basis van een juridische afweging maar om te onderhandelen met politieke doelen, waarbij er helemaal geen einde komt aan de inbreuk, hooguit aan de wil van de commissie om de zaak voor te leggen aan het HvJEU. Dit is misbruik van recht.
 

Elk risico op omzeiling

En van de beginselen van Unierecht is dat elke omzeiling ervan voorkomen moet worden. Juist in dat kader moet het verdrag ven Aarhuis gelezen worden. Met openbaarmaking wordt voorkomen dat de listaten een kans gegeven wordt een inbreuk te laten voortbestaan. Elk elk risico op omzeiling is onverenigbaar met geheimhouding.
 

Fair trial of een level playing field

Er kan geen sprake zijn van een fair trial of een level playing field wanneer rechtbank en bestuursorganen beschikken over kennis van gebrekkige of onvolledig geïmplementeerde nationale regelgeving, terwijl appellanten die informatie niet kunnen kennen of achterhalen (Woo-verzoek is afgewezen). Dit creëert een structurele informatie-asymmetrie die de rechtspositie aantast van appellant en andere appelanten.

Een proces dat op dergelijke ongelijkheid rust, voldoet niet aan het fundamentele beginsel van een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) en de algemene beginselen van het recht van de Unie.

Een en ander wordt nog klemmender doordat de rechtbank kennis van de inbreukprocedure heeft, en verzoeker niet.
 

Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer, juni 2023, 'EU-recht in de praktijk' p. 7:
"Door tegenspraak kan het risico op silo-denken bij ministeries mogelijk worden beperkt. Dit kan bijdragen aan het voorkomen van nieuwe formele procedures van de Europese Commissie tegen Nederland. En het kan helpen om geschillen niet langer te laten doorlopen dan nodig is. Tenslotte worden urgente problemen zoals de waterkwaliteit of stikstofproblematiek dan mogelijk niet onnodig doorgeschoven in de tijd, waarbij ondertussen de maatschappelijke kosten verder oplopen."
 

Direct beroep

Omdat Woo, het verdrag en de verordening afwijken van het verdrag van Aarhus, doe ik bij deze een direct beroep op het verdrag van Aarhus.
 

Naar het HvJEU

Omdat sprake is van een onvolledige implementatie - hetgeen de aanleiding vormt voor de lopende inbreukprocedure - en de nationale rechter niet kan oordelen over de voorrang van bepalingen van het Unierecht en het Verdrag, verzoek ik om het HvJEU prejudicieel te bevragen.

Hoogachtend,


ing. Geert Starre


Bijlage:
- De landbouwdeal van Cees Veerman in 2004: Nederlandse mest in ruil voor Italiaanse melkboetes

Vindplaats van dat artikel:
https://www.nrc.nl/nieuws/2024/08/23/de-landbouwdeal-van-cees-veerman-in-2004-nederlandse-mest-in-ruil-voor-italiaanse-melkboetes-a4863565